Ontdek de boeiende geschiedenis van gember

De geschiedenis van gember start in Zuidoost Azië. Een regio waar dit heerlijk pittige kruid nog steeds een zeer belangrijke rol in de keuken speelt.

Gember geniet feitelijk al duizenden jaren bekendheid, doorheen grote delen van de wereld.

De eerste sporen van de geschiedenis van gember zijn vermeldingen in oude Chinese, Indische en Midden-Oosterse teksten.

Maar er zijn bijvoorbeeld ook zeer oude schriftelijke bronnen terug gevonden waarin Romeinse belasting wordt vastgelegd voor het importen van gember via de Rode Zee naar Alexandrië.

De Latijnse naam ‘zingiber’ is afgeleid van het sanskrit shringavera, hetgeen betekent “gevormd als een hertengewei”. Andere leden van de gemberfamilie, waarvan de wortels in de keuken gebruikt worden zijn ‘Curcuma longa’, waaruit kurkuma wordt gewonnen.

De geschiedenis van gember in Europa

Het zijn dus de Romeinen, die zo’n 2.000 jaar geleden, gember invoeren vanuit China. Toen al werd gember geprezen voor haar talrijke aromatische, culinaire en medicinale eigenschappen. Tot aan de middeleeuwen is de populariteit van gember in Europa evenwel vooral beperkt tot regio’s rond de Middellandse zee. Het is pas vanaf die periode dat de reputatie ervan ook de rest van Europa bereikt.

Ondanks het feit dat het een zeer duur kruid is, aangezien het helemaal uit Azië ingevoerd wordt, ontstaat er flink wat vraag naar. In een poging gember ruimer beschikbaar te maken, introduceren Spaanse ontdekkingsreizigers het in de West Indies, Mexico en Zuid Amerika. Vanaf de 16e eeuw start de invoer van dit kostbare kruid vanuit die regio’s richting Europa.

Vandaag zijn de belangrijkste commerciële producenten van gember o.m. Indië, China, Nepal, Indonesië en Nigeria.

De geschiedenis van gember gaat terug tot Zuidoost-Azië